Over mij

thumbnail_ilona%2002%20gray-make-up-2Consultancy
Ik ben als consultant werkzaam op het gebied van arbeid en gezondheid. Binnen organisaties doe ik onderzoek naar het ziekteverzuim en de duurzame inzetbaarheid van werknemers. Hierbij breng ik de factoren in kaart die van invloed zijn op de tevredenheid, psychische gezondheid en fysieke gezondheid van werknemers. Dit verschaft organisaties zowel inzicht als handvatten om het ziekteverzuim terug te dringen en de duurzame inzetbaarheid van werknemers te vergroten. In het verlengde hiervan geef ik workshops. Het vergroten van de weerbaarheid en duurzame inzetbaarheid staan hierin centraal. Daarnaast ben ik product owner van een online platform en app ter bevordering van de gezondheid (curatief en preventief), motivatie en competenties van de individuele medewerker.

Wetenschap
Sinds 2009 houd ik mij bezig met wetenschappelijk onderzoek op het gebied van hard werken, motivatie en prestatie, en jongeren en werk. In 2014 ben ik gepromoveerd in de arbeids- & organisatiepsychologie. Mijn proefschrift ‘Understanding the dark and bright sides of heavy work investment: Psychological studies on workaholism and work engagement’ heb ik onder begeleiding van prof. Wilmar Schaufeli en prof. Toon Taris aan de Universiteit Utrecht geschreven. Als docent aan de Universiteit Utrecht geef ik  werkgroepen Organisatiepsychologie en begeleid ik masterstudenten bij hun thesis.

Hard werken: werkverslaving en bevlogenheid
Werkverslaving en bevlogenheid zijn twee vormen van hard werken. Waar werkverslaafden worden  gedreven door een innerlijke drang, werken bevlogen meer vanuit een passie. Mijn onderzoek suggereert dat werkverslaving en bevlogenheid voor een deel hun oorsprong hebben in persoonlijkheid en vroege socialisatie. Ook de werkomgeving speelt een rol. Daarnaast gaat werkverslaving gepaard met vermoeidheid, ontevredenheid, de intentie om van baan te veranderen en een verminderde prestatie. Bevlogenen daarentegen voelen zich niet vermoeid, zijn tevreden, hebben niet de intentie om van baan te veranderen en presteren goed. Kortom, werkverslaving kan gezien worden als een negatieve vorm van hard werken en bevlogenheid als een positieve vorm van hard werken.
Werkverslaafden en bevlogenen werken even hard. Dit maakt het lastig om werkverslaafden en bevlogenen van elkaar te onderscheiden. De Dutch Work Addiction Scale (DUWAS) en de Utrecht Work Engagement Scale (UWES) kunnen hierbij helpen. Beide vragenlijsten zijn in het Nederlands beschikbaar. Bovendien lijkt er een derde groep hard werkende werknemers te bestaan: bevlogen werkverslaafden. Deze groep is zowel werkverslaafd als bevlogen en werkt harder dan werknemers die enkel werkverslaafd of bevlogen zijn.

Motivatie en prestatie
De vraag wat ons in het algemeen drijft is misschien wel de belangrijkste vraag binnen de psychologie. Factoren als genen, persoonlijkheid, ervaringen in de kindertijd en de huidige omstandigheden beïnvloeden onze motivatie.
Er wordt grofweg onderscheid gemaakt tussen intrinsieke motivatie en extrinsieke motivatie. Er is sprake van intrinsieke motivatie als een werknemer werkzaamheden uitvoert omdat hij/zij deze leuk en interessant vindt, of er voldoening uithaalt. De werkzaamheden worden uitgevoerd omwille van de werkzaamheden zelf. Werknemers die intrinsiek gemotiveerd zijn voor het werk, zitten lekker in hun vel en presteren goed.
Extrinsieke motivatie verwijst naar het uitvoeren van werkzaamheden omwille van de uitkomsten. Het werk dient een bepaald doel. Werknemers kunnen op verschillende manieren extrinsiek gemotiveerd zijn. Zo kunnen werkzaamheden verricht worden om een beloning, zoals salaris, te krijgen of om straf, zoals ontslag, te voorkomen. Ook kunnen werkzaamheden verricht worden om positieve emoties, zoals trots, te ervaren of om negatieve emoties, zoals schaamte of schuldgevoel, te voorkomen. De eigenwaarde is in dit geval afhankelijk van het al dan niet uitvoeren van de werkzaamheden. Werknemers die het werk uitvoeren omwille van deze uitkomsten, voelen over het algemeen een druk om de werkzaamheden uit te voeren. Zij zitten minder lekker in hun vel en presteren minder goed. Als werkzaamheden verricht worden omdat een werknemer zich identificeert met het doel, wordt het werk als persoonlijk zinvol en belangrijk ervaren. Er is geen sprake van druk. Net als bij intrinsieke motivatie zit een werknemer lekker in zijn/haar vel en presteert goed.

Jongeren en werk
Mijn jongste thema is jongeren en werk. Jonge werknemers doen het ten opzichte van hun oudere collega’s relatief slecht: zij zijn minder bevlogen en ervaren meer stressklachten. Omdat deze groep nog velen jaren voor zich heeft op de arbeidsmarkt, behoeft deze groep onze aandacht.
Jongeren zijn het hardst geraakt door de wereldwijde economische crisis. Er zijn minder banen en het is lastig om een baan te vinden die past bij de interesses, ambities en competenties. Ook is de arbeidsmarkt dynamischer dan voorheen. Banen voor het leven zijn tegenwoordig eerder uitzondering dan regel. Het aantal werknemers met een vaste aanstelling is afgenomen. Een tijdelijke aanstelling gaat veelal gepaard met toekomstonzekerheid, een belangrijke stressor. Werknemers hebben meer verantwoordelijkheid gekregen voor hun eigen carrière. Voor een goede positie op de arbeidsmarkt moeten zij hun kennis blijven vergroten, hun vaardigheden blijven ontwikkelen en bouwen aan een sociaal netwerk. Bovendien zijn de laatste jaren meer vrouwen tot de arbeidsmarkt toegetreden en is het aantal eenoudergezinnen toegenomen. Het combineren van verplichtingen op het werk en thuis leidt vaak tot tijdsdruk en stress. Met oog op de vergrijzing is meer kennis over de gezondheid en werkbeleving van jonge werknemers gewenst.